Het was oorlog
dus alles mocht.
De aap beet op het houtje
terwijl de morgenstond
voor niets op ging.
De ezel stootte zich tegen de boom
en voor de derde keer
kwam de appel uit de mouw.
Het was de maag die warm was
blind roestte
oud rookte
stokte.
De desillusie overwinnen, dat is liefde.
dinsdag 5 april 2011
maandag 28 februari 2011
36
ze riep zonder stem
in de zwarte zomerdag
dat ze heus wel wist
dat ze leefde
niets zo pijnlijk als besef
in de zwarte zomerdag
dat ze heus wel wist
dat ze leefde
niets zo pijnlijk als besef
44
Gejaagd kleurt de hemel eindeloos roze
tot hij de rust vindt in het diepblauwe van
de alles omvattende, alles omarmende nacht.
Alleen daar staat het verwoede kleuren stil
en durft het te genieten van de dichtheid
tussen de dagen, toont het zichzelf, totaal.
Zodra het oranje penseel ‘t baldakijn kietelt,
kruipt hij in zijn eigen kleurenpalet,
wat wij zien als licht- of grijsblauw,
met af en toe een blootgegeven wit accent.
Maar eigenlijk, diep van binnen, is alles
om de aarde een paradijs van kleuren,
die je alleen kan zien, als je ’s nachts
een oogje dicht knijpt op een kier.
tot hij de rust vindt in het diepblauwe van
de alles omvattende, alles omarmende nacht.
Alleen daar staat het verwoede kleuren stil
en durft het te genieten van de dichtheid
tussen de dagen, toont het zichzelf, totaal.
Zodra het oranje penseel ‘t baldakijn kietelt,
kruipt hij in zijn eigen kleurenpalet,
wat wij zien als licht- of grijsblauw,
met af en toe een blootgegeven wit accent.
Maar eigenlijk, diep van binnen, is alles
om de aarde een paradijs van kleuren,
die je alleen kan zien, als je ’s nachts
een oogje dicht knijpt op een kier.
41
als een danser
door menselijkheid bewogen
lust leven ledematen
geleidelijk sappig verlangen
zachtjes tippelend op tenen
luchtige leegten
door haren golvend in
zijden wind
vloeiend briesende storm
razend
alles verward, alles chaos,
maar toch
één
door menselijkheid bewogen
lust leven ledematen
geleidelijk sappig verlangen
zachtjes tippelend op tenen
luchtige leegten
door haren golvend in
zijden wind
vloeiend briesende storm
razend
alles verward, alles chaos,
maar toch
één
38
Ik vond mezelf, onbezonnen en gelogen,
In dwalende reizen en duistere rituelen.
Mijn lippen kusten suikerzoete dromen,
Ze spraken niet over onwetendheid,
Gevangen in een net van gesponnen verlangens.
In een gouden nacht cirkelden gevoelens,
Traag, tot twijfel ons, geliefden, streelde
En fluisterde dat het goed was, terwijl
Paden van grillige grootmoedigheid
Kronkelden om de lach van een waanzinnige.
Kille verbijstering verzon tijdloze maneschijn,
Die leed aan het draaien van de wereld.
En alles duurde tot het voorbij was.
In dwalende reizen en duistere rituelen.
Mijn lippen kusten suikerzoete dromen,
Ze spraken niet over onwetendheid,
Gevangen in een net van gesponnen verlangens.
In een gouden nacht cirkelden gevoelens,
Traag, tot twijfel ons, geliefden, streelde
En fluisterde dat het goed was, terwijl
Paden van grillige grootmoedigheid
Kronkelden om de lach van een waanzinnige.
Kille verbijstering verzon tijdloze maneschijn,
Die leed aan het draaien van de wereld.
En alles duurde tot het voorbij was.
35
Gescheiden van een licht gevoel, en van het leven,
In een kamer vol tederheid en donkerste daden,
Herhaalde ik de zoete woordjes van jouw liefde,
Waarvan ik vervreemd was terwijl ik het niet wist.
Misschien was de waarheid een kraakhelder laken
Besmeurd met leugenachtige stiltes die geloofden
Wat liefkozend laf geworden reizen streelde, dwaas,
Onbezonnen kinderdroom gevangen in vergetelheid.
Mijn lichaam vervuld met warme rivieren
En liefkozingen geproefd op mijn lippen,
Met een schaduw die de woorden steelde.
Ik fluisterde verzonnen liefde de nacht in,
Sloot mijn ogen in de diepste donkerte
En wachtte. Ik wachtte op jou, mijn liefste.
In een kamer vol tederheid en donkerste daden,
Herhaalde ik de zoete woordjes van jouw liefde,
Waarvan ik vervreemd was terwijl ik het niet wist.
Misschien was de waarheid een kraakhelder laken
Besmeurd met leugenachtige stiltes die geloofden
Wat liefkozend laf geworden reizen streelde, dwaas,
Onbezonnen kinderdroom gevangen in vergetelheid.
Mijn lichaam vervuld met warme rivieren
En liefkozingen geproefd op mijn lippen,
Met een schaduw die de woorden steelde.
Ik fluisterde verzonnen liefde de nacht in,
Sloot mijn ogen in de diepste donkerte
En wachtte. Ik wachtte op jou, mijn liefste.
32
balancerend op het randje
stond een rots in de branding
hallucinerend in de wind
vroeg of laat tegen een blinde muur
vol eenzame woede in steen
geleunde bladeren van hoop
verstrikt in honger naar anders
nooit vervuld door hoeden
over donkere ogen getrokken
onzichtbaar blikkende mist
vlekte omgekeerde verandering
die nooit kwam
stond een rots in de branding
hallucinerend in de wind
vroeg of laat tegen een blinde muur
vol eenzame woede in steen
geleunde bladeren van hoop
verstrikt in honger naar anders
nooit vervuld door hoeden
over donkere ogen getrokken
onzichtbaar blikkende mist
vlekte omgekeerde verandering
die nooit kwam
31
oh, alles is zo zacht, zo rozig en zo licht
mijn hartje veert en wiegt alleen maar,
omdat jij voorzichtig lievig naar me lacht
alles is veel mooier wanneer jouw ogen
glinsteren als ze naar mij kijken in het
nachtige donker van een sombere dag
als jouw per ongelukke hand langs de mijne
strijkt, laat mijn buik een explosie kietelende
vlinders los, midden in de vriezende winter
ja, zelfs de hardste donkerte, de ijzigste
regen en de diepblauwste wind zonnen
in een bad goud licht zolang jij bij me bent
dus blijf maar altijd, want ik hou niet zo van slecht weer.
mijn hartje veert en wiegt alleen maar,
omdat jij voorzichtig lievig naar me lacht
alles is veel mooier wanneer jouw ogen
glinsteren als ze naar mij kijken in het
nachtige donker van een sombere dag
als jouw per ongelukke hand langs de mijne
strijkt, laat mijn buik een explosie kietelende
vlinders los, midden in de vriezende winter
ja, zelfs de hardste donkerte, de ijzigste
regen en de diepblauwste wind zonnen
in een bad goud licht zolang jij bij me bent
dus blijf maar altijd, want ik hou niet zo van slecht weer.
29
een cowboy slenterde
tussen stoffige huizen
met goud verlangen
groette de indiaan
met het houten been
verkregen in een storm
waar de ridder door
galoppeerde op zijn
blinde geit terwijl
de dwerg twijfelend
over zijn baard streek
omdat een oosterse prinses
op zijn elfenbankje sliep
schouderophalend voegde hij zich toen bij haar
en zo sliepen ze samen nog lang en gelukkig
tussen stoffige huizen
met goud verlangen
groette de indiaan
met het houten been
verkregen in een storm
waar de ridder door
galoppeerde op zijn
blinde geit terwijl
de dwerg twijfelend
over zijn baard streek
omdat een oosterse prinses
op zijn elfenbankje sliep
schouderophalend voegde hij zich toen bij haar
en zo sliepen ze samen nog lang en gelukkig
28
sinds gisteren weet ik niet meer
zoals zo vaak
of ik nou gelachen heb toen
de dove man een zoete baby
wiegde terwijl de vogel zingend
floot en de lucht bellen blies
toen de dag begon te leven en
het brood door de straat geurde
wat was het zacht
wat was het lief
maar of ik lachte weet ik niet
want soms
kijk ik onwetend versteend
naar een starend beeld
en is het moment al weg
voor het zich in mijn hoofd
genesteld heeft: het ene oog
in, het andere weer uit.
zoals zo vaak
of ik nou gelachen heb toen
de dove man een zoete baby
wiegde terwijl de vogel zingend
floot en de lucht bellen blies
toen de dag begon te leven en
het brood door de straat geurde
wat was het zacht
wat was het lief
maar of ik lachte weet ik niet
want soms
kijk ik onwetend versteend
naar een starend beeld
en is het moment al weg
voor het zich in mijn hoofd
genesteld heeft: het ene oog
in, het andere weer uit.
Nachtpalet
geluid van een rode kamer met
niemand maakt violette sterren
in een paarlen maan
omarmt de koperen schreeuw
van de zwarte zomerbloemen
fonkelend in gedachten
fluistert een magenta zin die
vaart op zes bronzen zeeën
in septemberdromen
en versmelt met het grijzige
hart van dat mauve silhouet
in de purperen zon
niemand maakt violette sterren
in een paarlen maan
omarmt de koperen schreeuw
van de zwarte zomerbloemen
fonkelend in gedachten
fluistert een magenta zin die
vaart op zes bronzen zeeën
in septemberdromen
en versmelt met het grijzige
hart van dat mauve silhouet
in de purperen zon
Carpe diem
ik staarde naar grijs vergeelde foto’s
en droomde me terug in de tijd
weken, dagen, maanden vervaagden
toen ik wakker werd had ik mooie tijden terug
gezien maar ineens was een leven verstreken
mijn enige dromen waren geel vergrijsd
- of was het nu grijs vergeeld? -
na jaren herinnerde ik slechts dichte mist
en ik verstrikte in een doolhof van verleden
en nu, terwijl de tijd tikte en mijn hoofd mistte
en droomde me terug in de tijd
weken, dagen, maanden vervaagden
toen ik wakker werd had ik mooie tijden terug
gezien maar ineens was een leven verstreken
mijn enige dromen waren geel vergrijsd
- of was het nu grijs vergeeld? -
na jaren herinnerde ik slechts dichte mist
en ik verstrikte in een doolhof van verleden
en nu, terwijl de tijd tikte en mijn hoofd mistte
dinsdag 22 februari 2011
Le città invisibili
"De stad ademt in wat wij uitademen. Laat het in hemelsnaam liefde zijn." - Italo Calvino
maandag 17 januari 2011
donderdag 4 november 2010
Nocturne
De regen raast guur door de stad. Een roos rilt in de nacht, op de achtergrond een viool. De morgenstond heeft goud in de mond, behalve wanneer ruwe vuisten purperen bloemen rijpen. Nu nog een gordijn van rook, razend door winters hout. Een diep verlangen, vrij van ruis. De zoete zachtheid roert geluid en stilte.
Het donker duurt.
Het donker duurt.
zaterdag 28 augustus 2010
Het zijn de kleine dingen die het doen.
Ze zit zo intens gelukkig blind te wezen. Ze ruikt, proeft, hoort alles en nog meer. Haar ogen sluit ze, en ze zuigt alle energie naar zich toe. Hoe meer ze merkt, hoe groter haar glimlach. De jongen lacht trots naar haar en legt voorzichtig zijn hand op haar been. Dan sluit ook hij zijn ogen en probeert te voelen wat zij voelt. Maar de diepere lagen van de oppervlakkige personages in de drukke trein zijn alleen voor haar. De bewegingen fluisteren slechts de blinde toe. Haar onzichtbare geluk, ongrijpbaar voor zijn zintuigen. Hij opent zijn ogen weer en kijkt licht afgunstig, maar verliefd, naar zijn prachtige vriendin. Langzaam strijkt hij met zijn vinger over haar wang. Dan laat hij haar met rust. Hij gunt haar haar moment.
Maar hij laat haar nooit alleen.
Maar hij laat haar nooit alleen.
zondag 6 juni 2010
30/01/2009
ze danste zo mooi
in de regen van toen
de muziek zwol aan
ze droomde van
dingen die niet konden
en vloog door woorden
die niet spraken
de noten walsten
met de zachte tonen
van een klein gedicht
en er was zo weinig tijd
om te worden wie ik was
in de regen van toen
de muziek zwol aan
ze droomde van
dingen die niet konden
en vloog door woorden
die niet spraken
de noten walsten
met de zachte tonen
van een klein gedicht
en er was zo weinig tijd
om te worden wie ik was
vrijdag 21 mei 2010
Il faisait nuit
De nacht was donker. Ze liep alleen door de verlaten straten, haar oren suizend door de harde muziek van het café waar ze was geweest. De muur met graffiti trok haar aandacht. Een donker gekleurd kunstwerk sierde de muur van de nachtwinkel. Aandachtig bestuurde ze de gedetailleerde tekening. Ze zag de nachtwinkel precies zoals ze er nu voor stond, aan haar rechterhand. Er brandde een zwak licht, zachtgeel gespoten, vertroebeld door de vele spullen die de ramen behingen. Voor de muur stond een man. Ze zag hem alleen van de achterkant, hij met zijn zwarte kleding en donkere muts. Zijn rechterhand hield hij in zijn zak, zijn linkerhand strekte hij voor zich uit. Ineens verstijfde ze. De hand raakte haar schouder aan.
zondag 14 maart 2010
M
altijd onderweg in mijn thuis
reizende door bekend terrein
na iedere ontdekte kamer
een nieuwe deur
de doolhof die keer op keer groeit
_____waar ben ik?
soms dezelfde bochten
diep in mij
anders dan voorheen
stilte
mijn lichaam is zo stil
reizende door bekend terrein
na iedere ontdekte kamer
een nieuwe deur
de doolhof die keer op keer groeit
_____waar ben ik?
soms dezelfde bochten
diep in mij
anders dan voorheen
stilte
mijn lichaam is zo stil
zondag 31 januari 2010
21/07/2009 - Veracruz
De blinkende tegeltjes weerkaatsten rinkelend bestek. Obers schoten heen en weer tussen de tafels en droegen dienbladen als was het niets. Alle stoelen waren bezet. Zakenpartners dronken café macchiato, een schoenpoetser liet hun lakschoenen weer stralen. In de hoek voltrok zich een familiediner. Kinderen stalen eten van elkaars bord, vader haalde zijn sterkste verhalen boven en opa keek vanaf het hoofd van de tafel vredig en trots naar zijn kroost. Dan had je nog de stellen die elkaar niet veel meer te zeggen hadden en van hun jus d'orange (met wodka?) nipten. En de vriendinnen van in de 30 die even van thuis konden vluchten om elkaar de laatste roddels in 't oor te fluisteren. Het was een grote wereld in het klein. Wij waren de toeristen, die "stiekem" iedereen bekeken en een veilige sandwich bestelden in plaats van bonen. Het waren goede sandwiches en we dronken snel het gratis mineraalwater op vóór het ijsklontje smolt. Ik was het meisje dat de grote wereld wilde vangen. Ik wilde de grote wereld in het klein maken.
Ik wil schrijven.
(Doe dat dan.)
Ik wil schrijven.
(Doe dat dan.)
03/07/2009 - Basílica de Guadaloupe
Een vrouw knijpt in de hand van de vrouw die naast haar loopt. In haar linkerarm klemt een Mariabeeld. Ze bijt op haar lip en knippert tegen de tranen. Af en toe zakt ze in en klampt ze zich vast aan de Heilige Maagd. (De vrouw naast haar wacht geduldig.) Ze kust Haar, haalt diep adem en grijpt de hand naast haar. Op haar knieën is ze op weg naar de afbeelding van de Virgen de Guadaloupe. Ze is er bijna.
donderdag 28 januari 2010
29/06/2009 - NYC
New York is zo’n stad waar je altijd al eens heen hebt willen gaan, waarvan je zoveel kent en het dan zo onwerkelijk vertrouwd is als je haar ineens in het echt ziet. Het lijkt veel op Hong Kong (ik vergelijk de twee graag), maar er hangt een andere sfeer. Alles iets ‘iets minder’. Iets minder druk, iets minder vol, iets minder neon, iets minder gehaast… Maar toch is het, vergeleken bij ons, juist wél dat alles. De stad overkoepelt je, letterlijk, omarmt je. Alles trilt, hangt, beweegt in de avenues, tussen de gebouwen in. Het beweegt naar voren of naar achteren, anders niet. Behalve op splitsingen. Dan drijft de beweging ook opzij: links, rechts. Maar nooit anders dan dit stramien, behalve misschien in het park midden in de stad. De enige plek waar alles alle kanten op glijdt, vlotjes, zonder obstakels en in iedere richting die het wil.
maandag 25 januari 2010
24/07/2008 - Ergens tussen Boekarest en Sofia
Eindelijk zaten we in de trein van Constanta naar Boekarest. Een traject van 225 km, waar de razendsnelle “rapido’s” van Roemenië maar liefst 5 uur over doen.
Tegenover mij kwam een walrus zitten. Hij was groot, dik en blauw. Zijn vrouw en dochter wisselden steeds van plek af naast hem. Ze hadden 6 gereserveerde plaatsen. Vast omdat, zei S. gniffelend, hij niet wist hoeveel plek hij zou nodig hebben. De man had zijn gezin goed onder de duim. Twee keer kwam zijn kleine vrouwtje, die een ragebol met een lange mat op haar hoofd had, haar lieftallige man een enorme hoeveelheid voedsel brengen. Hij at niet, hij vrat. Na iedere verorberde kippenpoot likte zijn dikke, slobberige tong zijn gulzige vingers af, terwijl zijn varkensoogjes glinsterden van genot. Na zijn maaltijdje zakte hij onderuit en zuchtte tevreden. Hij sloot zijn ogen en produceerde een bevredigende, vette boer. Zo. Dat had hij weer binnen.
Tegenover mij kwam een walrus zitten. Hij was groot, dik en blauw. Zijn vrouw en dochter wisselden steeds van plek af naast hem. Ze hadden 6 gereserveerde plaatsen. Vast omdat, zei S. gniffelend, hij niet wist hoeveel plek hij zou nodig hebben. De man had zijn gezin goed onder de duim. Twee keer kwam zijn kleine vrouwtje, die een ragebol met een lange mat op haar hoofd had, haar lieftallige man een enorme hoeveelheid voedsel brengen. Hij at niet, hij vrat. Na iedere verorberde kippenpoot likte zijn dikke, slobberige tong zijn gulzige vingers af, terwijl zijn varkensoogjes glinsterden van genot. Na zijn maaltijdje zakte hij onderuit en zuchtte tevreden. Hij sloot zijn ogen en produceerde een bevredigende, vette boer. Zo. Dat had hij weer binnen.
zaterdag 5 december 2009
Dan wordt het nacht.
Het is een doodstille droomwereld, waarin niets is wat het zou zijn. Het doffe geluid van het niet-leven, het scherpe gesneer van de stilte. In de jongte van haar leven dacht ze dat het een utopie was, maar rozen prikken wel vaker. Verslagen door haar fantasie kan ze niet anders dan toegeven. Ze ziet het laatste zand in de loper zich opstapelen. Haar muffe lauwerkrans met verrotte bladeren, de uil die verstopt het zwarte roept en de slang die sissend wakker wordt. Ze weet dat het komen gaat en zijgt in haar wit gewaad neer op haar bloemenbed. Nog één keer zucht ze, nog één keer sluit ze haar ogen en dan. Dan wordt het nacht.
Amanecer
Mijn tong spreekt talen
die jij alleen verstaat.
Je ligt daar, naast me,
maar je antwoordt niet.
Waar ben je? Kijk,
ik zwem in de tijd
en haal de wereld in
voor ik vergeet te leven.
Zwem je mee? Sneller,
anders verliezen we
onszelf in het zwarte
van levenloosheid.
Jouw suikerzachte lippen,
ik proef ze, je bent terug.
Ik lees dat je gehoord hebt.
De klank van mijn gedacht.
De dag trilt in de zon.
die jij alleen verstaat.
Je ligt daar, naast me,
maar je antwoordt niet.
Waar ben je? Kijk,
ik zwem in de tijd
en haal de wereld in
voor ik vergeet te leven.
Zwem je mee? Sneller,
anders verliezen we
onszelf in het zwarte
van levenloosheid.
Jouw suikerzachte lippen,
ik proef ze, je bent terug.
Ik lees dat je gehoord hebt.
De klank van mijn gedacht.
De dag trilt in de zon.
1109
Vergeet je niet
in verlaten steden
te vragen naar mij?
Al is het antwoord half-waar
want mijn lichaam
verplaatst zich steeds.
Ik ben nooit ergens thuis,
dans door de straten van verlangen,
maar kom nooit ergens aan.
Toch, vraag naar mij,
want dan herinner ik me,
dat ik besta.
in verlaten steden
te vragen naar mij?
Al is het antwoord half-waar
want mijn lichaam
verplaatst zich steeds.
Ik ben nooit ergens thuis,
dans door de straten van verlangen,
maar kom nooit ergens aan.
Toch, vraag naar mij,
want dan herinner ik me,
dat ik besta.
zaterdag 21 november 2009
LONDON
ik waste mijn handen
in het water
tussen toen en nu
de wereld die toekeek
en me omarmde
de warmte
grenzen verdampten
ieder één
het tij keerde
- eindelijk
en ik kabbelde
rustig voort
in het water
tussen toen en nu
de wereld die toekeek
en me omarmde
de warmte
grenzen verdampten
ieder één
het tij keerde
- eindelijk
en ik kabbelde
rustig voort
Abonneren op:
Berichten (Atom)