zaterdag 5 december 2009
Dan wordt het nacht.
Het is een doodstille droomwereld, waarin niets is wat het zou zijn. Het doffe geluid van het niet-leven, het scherpe gesneer van de stilte. In de jongte van haar leven dacht ze dat het een utopie was, maar rozen prikken wel vaker. Verslagen door haar fantasie kan ze niet anders dan toegeven. Ze ziet het laatste zand in de loper zich opstapelen. Haar muffe lauwerkrans met verrotte bladeren, de uil die verstopt het zwarte roept en de slang die sissend wakker wordt. Ze weet dat het komen gaat en zijgt in haar wit gewaad neer op haar bloemenbed. Nog één keer zucht ze, nog één keer sluit ze haar ogen en dan. Dan wordt het nacht.
Amanecer
Mijn tong spreekt talen
die jij alleen verstaat.
Je ligt daar, naast me,
maar je antwoordt niet.
Waar ben je? Kijk,
ik zwem in de tijd
en haal de wereld in
voor ik vergeet te leven.
Zwem je mee? Sneller,
anders verliezen we
onszelf in het zwarte
van levenloosheid.
Jouw suikerzachte lippen,
ik proef ze, je bent terug.
Ik lees dat je gehoord hebt.
De klank van mijn gedacht.
De dag trilt in de zon.
die jij alleen verstaat.
Je ligt daar, naast me,
maar je antwoordt niet.
Waar ben je? Kijk,
ik zwem in de tijd
en haal de wereld in
voor ik vergeet te leven.
Zwem je mee? Sneller,
anders verliezen we
onszelf in het zwarte
van levenloosheid.
Jouw suikerzachte lippen,
ik proef ze, je bent terug.
Ik lees dat je gehoord hebt.
De klank van mijn gedacht.
De dag trilt in de zon.
1109
Vergeet je niet
in verlaten steden
te vragen naar mij?
Al is het antwoord half-waar
want mijn lichaam
verplaatst zich steeds.
Ik ben nooit ergens thuis,
dans door de straten van verlangen,
maar kom nooit ergens aan.
Toch, vraag naar mij,
want dan herinner ik me,
dat ik besta.
in verlaten steden
te vragen naar mij?
Al is het antwoord half-waar
want mijn lichaam
verplaatst zich steeds.
Ik ben nooit ergens thuis,
dans door de straten van verlangen,
maar kom nooit ergens aan.
Toch, vraag naar mij,
want dan herinner ik me,
dat ik besta.
Abonneren op:
Posts (Atom)