De regen raast guur door de stad. Een roos rilt in de nacht, op de achtergrond een viool. De morgenstond heeft goud in de mond, behalve wanneer ruwe vuisten purperen bloemen rijpen. Nu nog een gordijn van rook, razend door winters hout. Een diep verlangen, vrij van ruis. De zoete zachtheid roert geluid en stilte.
Het donker duurt.
donderdag 4 november 2010
zaterdag 28 augustus 2010
Het zijn de kleine dingen die het doen.
Ze zit zo intens gelukkig blind te wezen. Ze ruikt, proeft, hoort alles en nog meer. Haar ogen sluit ze, en ze zuigt alle energie naar zich toe. Hoe meer ze merkt, hoe groter haar glimlach. De jongen lacht trots naar haar en legt voorzichtig zijn hand op haar been. Dan sluit ook hij zijn ogen en probeert te voelen wat zij voelt. Maar de diepere lagen van de oppervlakkige personages in de drukke trein zijn alleen voor haar. De bewegingen fluisteren slechts de blinde toe. Haar onzichtbare geluk, ongrijpbaar voor zijn zintuigen. Hij opent zijn ogen weer en kijkt licht afgunstig, maar verliefd, naar zijn prachtige vriendin. Langzaam strijkt hij met zijn vinger over haar wang. Dan laat hij haar met rust. Hij gunt haar haar moment.
Maar hij laat haar nooit alleen.
Maar hij laat haar nooit alleen.
zondag 6 juni 2010
30/01/2009
ze danste zo mooi
in de regen van toen
de muziek zwol aan
ze droomde van
dingen die niet konden
en vloog door woorden
die niet spraken
de noten walsten
met de zachte tonen
van een klein gedicht
en er was zo weinig tijd
om te worden wie ik was
in de regen van toen
de muziek zwol aan
ze droomde van
dingen die niet konden
en vloog door woorden
die niet spraken
de noten walsten
met de zachte tonen
van een klein gedicht
en er was zo weinig tijd
om te worden wie ik was
vrijdag 21 mei 2010
Il faisait nuit
De nacht was donker. Ze liep alleen door de verlaten straten, haar oren suizend door de harde muziek van het café waar ze was geweest. De muur met graffiti trok haar aandacht. Een donker gekleurd kunstwerk sierde de muur van de nachtwinkel. Aandachtig bestuurde ze de gedetailleerde tekening. Ze zag de nachtwinkel precies zoals ze er nu voor stond, aan haar rechterhand. Er brandde een zwak licht, zachtgeel gespoten, vertroebeld door de vele spullen die de ramen behingen. Voor de muur stond een man. Ze zag hem alleen van de achterkant, hij met zijn zwarte kleding en donkere muts. Zijn rechterhand hield hij in zijn zak, zijn linkerhand strekte hij voor zich uit. Ineens verstijfde ze. De hand raakte haar schouder aan.
zondag 14 maart 2010
M
altijd onderweg in mijn thuis
reizende door bekend terrein
na iedere ontdekte kamer
een nieuwe deur
de doolhof die keer op keer groeit
_____waar ben ik?
soms dezelfde bochten
diep in mij
anders dan voorheen
stilte
mijn lichaam is zo stil
reizende door bekend terrein
na iedere ontdekte kamer
een nieuwe deur
de doolhof die keer op keer groeit
_____waar ben ik?
soms dezelfde bochten
diep in mij
anders dan voorheen
stilte
mijn lichaam is zo stil
zondag 31 januari 2010
21/07/2009 - Veracruz
De blinkende tegeltjes weerkaatsten rinkelend bestek. Obers schoten heen en weer tussen de tafels en droegen dienbladen als was het niets. Alle stoelen waren bezet. Zakenpartners dronken café macchiato, een schoenpoetser liet hun lakschoenen weer stralen. In de hoek voltrok zich een familiediner. Kinderen stalen eten van elkaars bord, vader haalde zijn sterkste verhalen boven en opa keek vanaf het hoofd van de tafel vredig en trots naar zijn kroost. Dan had je nog de stellen die elkaar niet veel meer te zeggen hadden en van hun jus d'orange (met wodka?) nipten. En de vriendinnen van in de 30 die even van thuis konden vluchten om elkaar de laatste roddels in 't oor te fluisteren. Het was een grote wereld in het klein. Wij waren de toeristen, die "stiekem" iedereen bekeken en een veilige sandwich bestelden in plaats van bonen. Het waren goede sandwiches en we dronken snel het gratis mineraalwater op vóór het ijsklontje smolt. Ik was het meisje dat de grote wereld wilde vangen. Ik wilde de grote wereld in het klein maken.
Ik wil schrijven.
(Doe dat dan.)
Ik wil schrijven.
(Doe dat dan.)
03/07/2009 - Basílica de Guadaloupe
Een vrouw knijpt in de hand van de vrouw die naast haar loopt. In haar linkerarm klemt een Mariabeeld. Ze bijt op haar lip en knippert tegen de tranen. Af en toe zakt ze in en klampt ze zich vast aan de Heilige Maagd. (De vrouw naast haar wacht geduldig.) Ze kust Haar, haalt diep adem en grijpt de hand naast haar. Op haar knieën is ze op weg naar de afbeelding van de Virgen de Guadaloupe. Ze is er bijna.
donderdag 28 januari 2010
29/06/2009 - NYC
New York is zo’n stad waar je altijd al eens heen hebt willen gaan, waarvan je zoveel kent en het dan zo onwerkelijk vertrouwd is als je haar ineens in het echt ziet. Het lijkt veel op Hong Kong (ik vergelijk de twee graag), maar er hangt een andere sfeer. Alles iets ‘iets minder’. Iets minder druk, iets minder vol, iets minder neon, iets minder gehaast… Maar toch is het, vergeleken bij ons, juist wél dat alles. De stad overkoepelt je, letterlijk, omarmt je. Alles trilt, hangt, beweegt in de avenues, tussen de gebouwen in. Het beweegt naar voren of naar achteren, anders niet. Behalve op splitsingen. Dan drijft de beweging ook opzij: links, rechts. Maar nooit anders dan dit stramien, behalve misschien in het park midden in de stad. De enige plek waar alles alle kanten op glijdt, vlotjes, zonder obstakels en in iedere richting die het wil.
maandag 25 januari 2010
24/07/2008 - Ergens tussen Boekarest en Sofia
Eindelijk zaten we in de trein van Constanta naar Boekarest. Een traject van 225 km, waar de razendsnelle “rapido’s” van Roemenië maar liefst 5 uur over doen.
Tegenover mij kwam een walrus zitten. Hij was groot, dik en blauw. Zijn vrouw en dochter wisselden steeds van plek af naast hem. Ze hadden 6 gereserveerde plaatsen. Vast omdat, zei S. gniffelend, hij niet wist hoeveel plek hij zou nodig hebben. De man had zijn gezin goed onder de duim. Twee keer kwam zijn kleine vrouwtje, die een ragebol met een lange mat op haar hoofd had, haar lieftallige man een enorme hoeveelheid voedsel brengen. Hij at niet, hij vrat. Na iedere verorberde kippenpoot likte zijn dikke, slobberige tong zijn gulzige vingers af, terwijl zijn varkensoogjes glinsterden van genot. Na zijn maaltijdje zakte hij onderuit en zuchtte tevreden. Hij sloot zijn ogen en produceerde een bevredigende, vette boer. Zo. Dat had hij weer binnen.
Tegenover mij kwam een walrus zitten. Hij was groot, dik en blauw. Zijn vrouw en dochter wisselden steeds van plek af naast hem. Ze hadden 6 gereserveerde plaatsen. Vast omdat, zei S. gniffelend, hij niet wist hoeveel plek hij zou nodig hebben. De man had zijn gezin goed onder de duim. Twee keer kwam zijn kleine vrouwtje, die een ragebol met een lange mat op haar hoofd had, haar lieftallige man een enorme hoeveelheid voedsel brengen. Hij at niet, hij vrat. Na iedere verorberde kippenpoot likte zijn dikke, slobberige tong zijn gulzige vingers af, terwijl zijn varkensoogjes glinsterden van genot. Na zijn maaltijdje zakte hij onderuit en zuchtte tevreden. Hij sloot zijn ogen en produceerde een bevredigende, vette boer. Zo. Dat had hij weer binnen.
Abonneren op:
Posts (Atom)